In totaal gaat het om ongeveer 7.000 antennes. Deze worden verdeeld over een groot centraal gebied en ongeveer veertig stations. De diameter van het gebied waarover alle stations verdeeld worden binnen Nederland bedraagt ongeveer 100 km. Maar er worden ook een aantal van de antennes in het buitenland geplaats, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Zweden.
Alle stations worden aan elkaar gekoppeld door een geavanceerd en supersnel glasvezelnetwerk. De ontwikkeling van dit net werk en de digitale rekenmethodes hebben een zeer innovatief karakter en zijn onder ander ook van belang voor de ICT.
De door de antennes opgevangen signalen worden eerst lokaal bij de stations verwerkt, waarna ze over een glasvezelnetwerk gestuurd worden naar een centrale plek waar de supercomputer de gegevens verder verwerkt. De supercomputer staat via het internet in verbinding met sterrenkundigen, waar ook ter wereld, die de voortgang van hun waarnemingen direct kunnen volgen. En ook de eindproducten zullen via het internet de gebruikers bereiken.
De foto laat een ADC-test board zien. De ADC wordt gebruikt om een
analoog signaal afkomstig van de antenne om te zetten naar een digitaal
signaal geschikt voor een computer (digitale verwerkings eenheid). Dit
wordt gedaan door 200.000.000 keer per seconde het antenne signaal
onder te verdelen in 4096 niveaus. Deze niveaus worden als waarde
doorgegeven aan de computer. Dit testboard is gebruikt om de kwaliteit
van de omzetting te controleren voor LOFAR. Het board is door ASTRON
ontwikkeld en getest. Voor het uiteindelijke LOFAR zullen deze
componenten samen met de ontvanger gecombineerd worden op een board.
Elke antenne krijgt zo'n board.